Alleen maar gaan, gaan, gaan. Over vluchtgedrag, een onveilige jeugd en leren stilstaan (Pascal).
Alleen maar gaan, gaan, gaan. Over vluchtgedrag, een onveilige jeugd en leren stilstaan (Pascal).
Het is kerstavond. Pascal is net veertig geworden. De kinderen zijn bij hun moeder. Hij kocht twee flessen wijn en verdooft zichzelf tot hij niet [...]
Het is kerstavond. Pascal is net veertig geworden. De kinderen zijn bij hun moeder. Hij kocht twee flessen wijn en verdooft zichzelf tot hij niet meer weet hoe laat het is. Zijn relatie is voorbij. Zijn baan ook. Zijn jongste kind is net één geworden. En voor het eerst in zijn leven kan hij nergens meer naartoe vluchten.
“Ik voelde me zo slecht. En toen dacht ik: oké Pascal. Je kan linksaf. Of je kan rechtsaf.” Hij koos rechtsaf. Dat hij wist wat linksaf was, had hij van zijn moeder.
Vanaf zijn zestiende op de vlucht
Pascal groeide op in Breda. Zijn vader werkte veel en was emotioneel afwezig. Zijn moeder dronk, zwaar. Thuis was er geschreeuw, onzekerheid, en weinig ruimte voor een kind om gewoon kind te zijn. Het vluchtgedrag begon vroeg.
Het onveilige gevoel zat er al van kinds af aan in. Maar pas rond zijn zestiende, zeventiende zocht hij actief afleiding buiten de deur. Aandacht van vrouwen. Aandacht van drank. “Achteraf was het vluchten.” Maar op dat moment heb je dat niet door. Je weet alleen dat je je buiten veiliger voelt dan binnen. Dat de eenzaamheid even verdwijnt zodra er iemand naar je kijkt. Wat hij niet wist, was dat hij dat patroon tien, twintig jaar mee zou dragen. Dat hij nooit langer dan een half jaar alleen zou zijn. Dat hij zou blijven rennen.
“Ik deed alles maar om het weg te stoppen. Relaties, alcohol, concerten, festivals, tatoeages. Constant dopamine. Alleen maar gaan, gaan, gaan.”
Tegen het plafond
Dan komt corona. Pascal werkt als kapper, dat valt stil. Concerten en festivals, de dingen die hem al jaren op gang houden, ineens weg. Hij is net vader geworden. Zijn partner werkt als verpleegkundige op de coronaafdeling en is nauwelijks thuis. Hij zit onvrijwillig vol tijd thuis. Met een zoontje van vier maanden.
“Ik werd helemaal gek. Ik had geen werk. Geen concerten. Een baby in de pampers. Janken, vreten, poepen en slapen op repeat. En op ieder moment dat hij sliep, ging ik obsessief gamen. Vluchten. Iets doen voor mezelf.”
Hij dronk meer. Veel meer. Wat hij op dat moment nog niet begreep: alles wat hem definieerde was in één klap weggevallen. Zijn werk. Zijn muziek. Zijn vrijheid. Wat overbleef was een man die niet wist hoe hij stilstond, en een kind dat hem daartoe dwong. “Nu weet ik dat die dingen me niet definiëren. Maar toen zag ik dat niet.”
De relatie overleefde het niet. Ze gingen in therapie, allebei apart, samen ook. Het hielp niet genoeg. En ergens in de periode daarna (zijn werkplek toxisch, zijn relatie stukgelopen, hij uitgekocht uit het huis) belandde hij op kerstavond alleen.
Linksaf of rechtsaf
De kater de volgende ochtend was niet alleen fysiek. “Ik dacht aan mijn moeder. Aan wat ik haar had zien doen. Aan wat ik van haar had meegekregen. En aan mijn kinderen.”
Hij stopte, diezelfde dag. Met drinken en met drugs. Meteen en volledig. Niet omdat hij een plan had. Maar omdat hij begreep wat er zou gebeuren als hij linksaf ging. Dat had hij namelijk al gezien.
Een emotionele waterval
Wie zijn hele leven op volle snelheid heeft gereden, merkt pas wat er allemaal niet gevoeld is op het moment dat hij stilstaat. Het eerste jaar was Pascal een emotionele waterval. Hij had nog nooit zo gehuild. Nog nooit zo gelachen. Alles kwam binnen op een manier die hij niet kende. “Als je gewend bent om vanaf je vijftiende alles weg te drinken, dan heb je heel wat opgestapeld. En als er dan opeens alles binnenkomt (en je zit op de bodem) dan gebeurt er veel, man.”
Hij ging in therapie. Deed EMDR voor oude trauma’s. En las. Het ene filosofische boek na het andere, tot hij zichzelf betrapte op een nieuwe verslaving. “Ik werd een soort inzichtjunk.”
Jan Geurtz als gateway, daarna steeds verder. Filosofie, psychologie, poëzie, hij kon er geen genoeg van krijgen. Dat is veranderd. Hij leest nog steeds veel, maar niet meer om ergens te komen. Niet om het volgende inzicht te vangen. Gewoon omdat hij het fijn vindt. Omdat een goed boek iets met hem doet.
Zijn moeder is vorig jaar overleden. Hij had gelukkig de tijd gehad om het goed te maken. Ze hadden alles uitgesproken. “Als mijn kinderen nu zeggen waar ze dankbaar voor zijn, noemen zij oma Marlies. Dat vind ik prachtig.”
Het leven is en-en
Pascal heeft het over en-en. Gewoon als iets wat hij heeft geleerd door er middenin te zitten, en door alles wat hij heeft gelezen. “Ik vind het fijn dat ik nu in ieder gevoel kan zitten. Ook als het schuurt.”
Hij ziet schoonheid in lelijke dingen. Niet omdat hij zichzelf iets wijs maakt, maar omdat hij weet dat het ene zonder het andere niet bestaat. Zijn moeder mist hij nog elke dag. Zijn kinderen herinneren hem daar elke week aan. En toch noemt hij het in één adem mooi en jammer tegelijk. Niet als troost. Als waarheid.
Hetzelfde geldt voor controle. Hij gelooft niet meer dat sturen zin heeft. “Sturen heeft geen zin, dit gebeurt vanzelf. Het enige wat je kan doen is achteroverleunen en je gordels aandoen.” Hij neemt deel aan de film, maar hij schrijft de film niet. Dat klinkt losser dan het is. Want hij voelt nog steeds alles. Juist alles. “Mensen vragen weleens: voel je dan niks meer? Ik zeg: ik voel juist tering veel. Als je niks voelt ga je richting fatalisme en dat is niet wat bij mij past.”
Vrijer leven betekent voor Pascal niet minder voelen. Het betekent dat hij niet meer wegrent van wat hij voelt.
Ik ben niet eenzaam, maar ik voel me soms eenzaam
Er is één ding dat Pascal met opmerkelijke eerlijkheid benoemt, en dat is de spagaat waar hij nog steeds in zit. Zijn leven is goed. Hij werkt als herenkapper en heeft nog geen dag zonder plezier gewerkt. Hij heeft twee kinderen van wie hij houdt. Hij leest, gaat naar concerten, kookt, gaat naar de sauna. “Mijn leven is fucking awesome.”
En toch. Op kerstdagen. Op maandagen. Aan het begin van een vakantie. “Dan heb ik echt alles eruit zitten janken. En ik weet niet precies waar die pijn vandaan komt. Maar hij is er.”
Hij zoekt geen oplossing voor die eenzaamheid. Hij vult hem ook niet meer op, zoals vroeger. Hij zit erin. En belt soms iemand op. “Wij stellen de verkeerde vragen. Alles goed is nietszeggend. Ik hoor liever: waar ben je dankbaar voor? Wat doet er nog pijn?”
Soms zegt hij eerlijk dat zijn leven even een twee is. Dan worden mensen ongemakkelijk. “Maar het mag toch gewoon kut zijn?”
De demonen zijn ook van jou
“Het ene moment ben ik heel verzachtend, ik ben oké met mijn schaduwkanten. Het andere moment ben ik mijn eigen zwaarste criticus. Dat gaat maar door. Het leven is altijd en-en. Je wordt altijd in die spagaat getrokken.”
Wat hij heeft geleerd, is niet om die spagaat op te lossen. Maar om er anders in te staan. “De grootste les is leren aanwezig te zijn. Ook als het schuurt. Als ik me gefrustreerd voel en schreeuw naar mijn kinderen, dat is niet goed. Maar schuld verandert niks aan wat er is gebeurd. Wat ik daarna doe, telt.”
En dan zegt hij iets wat blijft hangen. “Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn eigen emoties. Als jij iets doet wat mij triggert, jij weet helemaal niet wat mijn triggers zijn. Hoe kan ik jou er dan verantwoordelijk voor houden? Dat zit bij mij.”
Hij hoeft geen tien te zijn
“Nu weet ik: die stip aan de horizon is er nooit geweest. Het is gewoon oké. Het is goed zoals het is.” Op dit moment geeft hij zijn leven een negen en een half. Niet ondanks alles wat er is, de eenzaamheid, de demonen, de momenten dat hij nog steeds te hard schreeuwt en zichzelf daarna haat, maar inclusief dat allemaal. “Ik ben niet af. En ik hoef ook nooit af te zijn.”
Zijn vader is 72. Pascal heeft hem één keer zien huilen, toen zijn moeder overleed. Het eerste wat zijn vader zei was: sorry dat ik niet sterk genoeg ben. Pascal vertelde hem onlangs dat hij niet mee wil naar Dubai. Dat hij liever een concert wil, of een filosofisch gesprek. Zijn vader begon over het weer. “Ik voel nog steeds pijn. Maar ik ben blij dat ik het heb uitgesproken.”
Hij zoekt de confrontatie niet bewust op. Maar als iets schuurt, spreekt hij zich uit. Hoe de ander reageert, is niet aan hem. Hij kiest waarheid boven comfort. Dat is misschien ook wat hij zijn achttienjarige zelf had willen meegeven. Niet meer dan dat.
“Het komt goed. Je bent goed zoals je bent.” Hij had het destijds willen horen. Nu zegt hij het zelf, aan zijn kinderen, aan zijn klanten, en soms, als het nodig is, ook gewoon aan zichzelf.
Vragen om jezelf te stellen
- Wat doe jij als de eenzaamheid komt? Zit je erin, of zorg je dat je het niet voelt?
- Wanneer heb jij voor het laatst eerlijk gezegd hoe het met je gaat?
- Welk patroon van je ouders herken je in jezelf, en waar kijk je liever niet naar?
- Is de stip aan jouw horizon iets wat jij wil, of iets waarvan je denkt dat je het moet willen?
- Wat had jij willen horen op het moment dat het echt moeilijk was?
Herken jij dit? Less Ego, More Human is er voor de man die functioneert, en ondertussen leegloopt.

