De lente komt toch wel weer. Over verlies, liefde en leren leven met rouw (Roos).
De lente komt toch wel weer. Over verlies, liefde en leren leven met rouw (Roos).
Er zijn gesprekken die je bijblijven. Omdat iemand iets zegt wat je nog niet eerder zo hebt gehoord, maar wat meteen landt; leren leven met [...]
Er zijn gesprekken die je bijblijven. Omdat iemand iets zegt wat je nog niet eerder zo hebt gehoord, maar wat meteen landt; leren leven met rouw. Het gesprek met Roos was zo’n gesprek. Een verhaal over liefde, verlies, verwarring, hoop en rouw in zijn meest ingewikkelde vorm: als het voortkomt uit zelfdoding.
Een jeugd met warmte en complexiteit
Roos is 29, opgegroeid in een klein Belgisch dorpje waar paard en kar nog niet uit het straatbeeld verdwenen waren. Ze omschrijft haar jeugd als warm. De deur stond altijd open, het huis aan de rand van het bos voelde als een veilige plek. Haar ouders, beiden werkzaam in de psychiatrie, creëerden een wereld waarin er ruimte was voor anderen. Mensen die tijdelijk een plek nodig hadden. Mensen die niet lekker in hun vel zaten. En dus ook ruimte voor verdriet, ook al werd dat misschien nog niet altijd begrepen.
Een van die mensen was Peter Patrick, een goede vriend van de familie. Hij woonde jarenlang bij hen in, tot hij door een psychose zijn grip op de werkelijkheid verloor en overleed door zelfdoding. Roos was nog maar een kind, maar ze herinnert zich hoe de wereld daardoor iets onverklaarbaars en onveiligs kreeg. “Hij was niet meer zichzelf,” zegt ze. “En ineens was hij er helemaal niet meer.”
Scheuren in het fundament
De relatie tussen haar ouders verslechterde na het verlies van Peter Patrick. Haar moeder miste de steun in het gezin. Haar vader worstelde met de rol van vader zijn, met nabijheid, met zichzelf. Toen Roos tien jaar was, kwam de breuk. Ze herinnert zich het moment van de scheiding als verwarrend en stil: een vraag die ze stelde, een bevestigend antwoord, en het besef dat vanaf dat punt alles anders werd.
“Ik dacht oprecht dat het mijn schuld was. Dat als ik die vraag niet had gesteld, ze misschien wel waren blijven vechten.”
Na de scheiding verslechterde de mentale gezondheid van haar vader snel. Hij worstelde jarenlang met psychische problemen en een alcoholverslaving. Er is nooit een officiële diagnose vastgesteld. Wat ze wél weet, is dat het zwaar was. En dat zij als kind – ondanks alles – dol op hem was. “Hij was ook gewoon een hele lieve man. Zeker als kind was ik ontzettend op hem gesteld.”
Ze merkte al op jonge leeftijd: dit is niet gezond. Ze was de oudste, voelde verantwoordelijkheid voor haar zusje, en begon de patronen te herkennen waarin haar vader vastzat. Hij kon niet met, maar ook niet zonder een partner. Als hij alleen was, klampte hij zich vast. Aan zijn dochters. Aan de hoop dat iemand hem zou redden.
Vluchten naar veiligheid
Toen Roos twaalf was, vertrok ze met haar moeder naar Nederland. Twee jaar lang hadden ze afgesproken het aan te kijken, en toen de situatie nog steeds onhoudbaar bleek, was het tijd voor een nieuwe start. Maar een nieuwe start betekent niet dat je verleden stopt. Ze bleef om de twee weken naar België reizen, naar haar vader. Daar waar regels nauwelijks bestonden, maar de chaos de overhand had.
“Het was leven zonder structuur. Geen bedtijd, geen grenzen. En als kind denk je misschien: chill. Maar het maakt je ook stuurloos.”
In Nederland ging ze van havo naar vmbo, verloor focus, dook in haar puberteit, maar vond uiteindelijk haar weg via het mbo naar de kunstacademie. Creativiteit werd een uitlaatklep, een route naar zelfexpressie, misschien ook een vorm van heling.
De schaduw van suïcide
De suïcidale dreiging van haar vader bleef altijd op de achtergrond aanwezig. Nooit uitgesproken, altijd voelbaar. Soms kreeg ze berichten met vage hints. Soms expliciete foto’s, zoals de keer dat hij zijn hoofd tegen een paal had geslagen, vlak voor de opening van haar afstudeerexpo. Ze herinnert zich de frustratie, het verdriet, en de uitputting: “Het was míjn moment. En weer ging het over hem.”
Toch bleef ze betrokken. Voor haar halfbroertje en -zusje, voor de liefde die er ondanks alles was. Maar de zorg werd zwaarder. Haar vader leefde in een bouwval. De verwaarlozing werd fysiek zichtbaar. Er was geen vloer meer, geen orde, geen hoop.
Op een dag, nadat hij zijn hond had moeten laten inslapen, verbrak hij het contact met Roos. Ze besloot – voor het eerst – om het te laten rusten. “Ik had alles geprobeerd. Als hij wilde praten, wist hij me te vinden.”
Een paar weken later pleegde hij zelfmoord.
Alles regelen met een gebroken hart
Wat volgde, was een wirwar aan emoties, regelzaken, opruimen, afscheid nemen. Ze vond hem terug in alles: zijn brieven, kunstwerken, losse gedachten op papier. En tegelijk: het immense verdriet. Voor hem. Voor de kinderen. Voor zichzelf.
“Je denkt: ik moet sterk zijn. Maar je bent eigenlijk alleen maar aan het overleven.”
De politie, instanties, het huis leegmaken, het hele proces voelde als een uitputtingsslag. En toch koos Roos ervoor alles aan te kijken. Alles te lezen. Alles te voelen. Niet om het sneller te verwerken, maar om erdoorheen te kunnen.
Terug naar het leven
Het moment waarop ze hulp zocht, kwam snel. Binnen een week zat ze bij de huisarts. Niet omdat het kon, maar omdat het móest. Therapie werd een anker. Maar het was niet het enige.
“Wat mij het meest hielp, was de natuur. De seizoenen zien veranderen. Wandelen. Zijn in het moment. En in alles wat groeit, een soort bewijs vinden dat het leven doorgaat.”
En dat bracht ook iets anders: verbondenheid. Met haar vader, met zichzelf, met iets wat ze moeilijk kan omschrijven maar wat dichtbij voelt als ze buiten is. “Hij schreef: de lente komt toch wel weer. En dat geloof ik nu ook. Zelfs als het even winter blijft.”
Wat Roos leerde, en wat ze anderen mee wil geven
Roos’ verhaal is geen kant-en-klare handleiding. Maar haar ervaring zit vol lessen die kunnen helpen als je zelf rouwt, worstelt, of iemand mist:
1. Je mag voelen wat je voelt.
Rouw is rauw. Soms voel je woede, soms leegte, soms alles tegelijk. Dat is oké. Je hoeft het niet mooier te maken dan het is.
2. Zoek de natuur op.
Wandelen, observeren, ademhalen. Zelfs als je het niet voelt, kan het je iets geven. Soms is één zonnestraal al genoeg om te herinneren dat je leeft.
3. Zorg voor goede mensen om je heen.
Een paar mensen die je écht mag bellen als het niet gaat, maken het verschil. Wees eerlijk over hoe het met je gaat – ook als je denkt dat je ‘te veel’ bent.
4. Gun jezelf iets kleins.
Een ontbijt maken voor jezelf. Een boek lezen. Een schilderij afmaken. Kleine daden van zorg helpen je herinneren dat je ertoe doet.
5. Je hoeft niet alles meteen te verwerken.
Geef jezelf tijd. Sluit niets af wat nog niet afgesloten voelt. Alles op jouw tempo.
“Je moet manieren vinden om met de zwaarte van het leven om te gaan. Voor mij is dat wandelen, praten, kunst maken. Voor een ander is het misschien iets heel anders. Maar vind iets. Iets kleins. En hou je daaraan vast.”
– Roos

Photo by Aniket Bhattacharya on Unsplash

