Ze zei: doe dat dan maar. Over de angst om je gevoel te delen (een gesprek met Erik).

Ze zei: doe dat dan maar. Over de angst om je gevoel te delen (een gesprek met Erik).

De coach (die werkte met lichaamswerk en praten) vroeg wat hij ervaarde. Hij lag op de tafel. Ze had hem net aangeraakt. Wat hij ervaarde [...]

Published On: 28 mei 2026Last Updated: 28 mei 20265,7 min readViews: 8

De coach (die werkte met lichaamswerk en praten) vroeg wat hij ervaarde. Hij lag op de tafel. Ze had hem net aangeraakt.

Wat hij ervaarde was simpel: hij wilde daar niet zijn. Weg van die plek, weg van dat moment. Hij wilde eigenlijk gewoon de kamer uit.

Ze zei: doe dat dan maar.

Hij begreep het niet meteen. Moet ik nu gewoon opstaan? Ja, zei ze. Volg dat gevoel maar.

Dus stond hij op. Liep de kamer uit. Deed de deur achter zich dicht. Op de gang stond een muziekje aan. En het enige wat hij kon, was keihard huilen. Niet van verdriet. Maar omdat hij zichzelf voor het eerst in zijn leven toestond om zijn gevoel te volgen. Om te doen wat hij voelde in plaats van wat hij dacht te moeten.

Hij was begin veertig.

We spraken elkaar aan een picknicktafel naast het water, in een kleine tiny house community in Rotterdam Zuid. Zijn wereld, letterlijk.

Hoe je een aannemer wordt zonder het te willen

Voordat hij op die tafel belandde, was er het werk. Erik bouwde tiny houses, samen met een compagnon. Het idee was simpel: mensen helpen hun eigen kleine huis te bouwen. Jullie zijn zelf verantwoordelijk, wij helpen mee.

Dat hield precies een jaar stand.

Daarna begonnen klanten meer te verwachten. En hij gaf mee. Langzaam, zonder het in de gaten te hebben. De contracten veranderden. De verantwoordelijkheid verschoof. Op een dag waren ze geen klussers meer maar aannemers, met alle verplichtingen die daarbij horen.

Twee, drie jaar later zag hij wat er was gebeurd. En begreep hij ook waarom hij het niet had tegengehouden: hij durfde niet te zeggen wat hij eigenlijk wilde. Hij was bang voor de reactie van zijn compagnons. Bang dat ze hem zouden veroordelen. Dus deed hij wat van hem verwacht werd en slikte de rest in.

Thuis was het niet anders. Hij was boos. Constant. Kortaf. Zijn vrouw Parel vond hem niet meer aantrekkelijk, de seks viel weg, en toen ze dat aankaartte begreep hij zelf nog niet eens wat er speelde. Hij had geen idee dat de boosheid over zijn werk ging. Hij wist alleen dat er iets mis was.

Dat was het moment waarop hij dacht: nu moet ik echt wat doen.

Wat zijn moeder hem leerde over gevoel

Wat hij toen ontdekte was geen burn-out, geen depressie. Het was een patroon dat veel ouder was.

Zijn moeder kon zijn emoties niet dragen. Als hij als kind iets wilde zeggen, werd ze boos of gefrustreerd. Dus leerde hij vroeg om zijn gevoel weg te drukken. Niet als bewuste keuze, maar als overleving. Je past je aan. Je doet wat werkt. Je houdt je mond.

Hij vergelijkt het met een kind dat geen snoepje krijgt in de supermarkt en op de grond gaat liggen krijsen. Dat kind weet nog precies wat het wil. Het gevoel komt er puur uit, zonder filter. Maar als volwassene leer je dat af. Terwijl de verlangens er nog wel zijn. En hoe verder je van die kern afdrijft, hoe slechter je je gaat voelen.

Wat hij ook leerde: dat mannen egoïstisch zijn als ze iets voor zichzelf willen. De mannen in haar leven hadden haar niet goed behandeld — haar vader, haar broers, zijn vader. Erik groeide op met dat beeld. Als hij iets voor zichzelf wilde, was hij egoïstisch. Als hij uitsprak hoe hij zich voelde, zadelde hij de ander op met zijn problemen.

Dus zweeg hij. En als hij zweeg, werd de boosheid groter. En als de boosheid groter werd, keerde hij naar binnen. En als hij naar binnen keerde, wist hij niet meer wat hij moest doen. En dan deed hij maar niks. Of te weinig. Wat ook weer niet goed voelde.

“Elke emotie,” zegt hij, “is eigenlijk een conflict met jezelf. Er gebeurt iets in je omdat je iets doet wat niet in lijn is met wat je eigenlijk wilt. Je volgt je verlangen niet. En daar komt de boosheid uit. Of het verdriet.”

Dat is de cirkel waar hij decennia in zat.

Ze ging niet weg

Het gesprek met Parel was tweeënhalf jaar geleden. Ze gingen buiten zitten, aan diezelfde picknicktafel naast het water. De kinderen waren binnen. Ze namen de tijd.

En voor het eerst zei Erik hardop wat hij nooit had durven zeggen. Niet hoe hij zich voelde op dat moment. Maar dat hij bang was om het überhaupt te zeggen. Dat hij al die jaren had gezwegen omdat hij dacht dat ze bij hem weg zou gaan als hij vertelde hoe het echt met hem ging. Dat ze hem een watje zou vinden. Een emotionele loser.

Ze ging niet weg.

Sindsdien gaat het beter. Niet perfect, maar beter. Hij leert haar te vertrouwen. Dat het voor haar oké is als hij zegt dat hij zich onzeker voelt. Dat ze daar niets mee hoeft. Dat het er gewoon even mag zijn.

“Dat is de essentie van voelen,” zegt hij. “Dat je het vertrouwen ontwikkelt dat het er mag zijn.”

De blogpost die hij nog niet heeft gepubliceerd

Hij is er nog niet. Dat zegt hij zelf.

Die angst triggert nog dagelijks. Hij wil een blog beginnen over zijn massagepraktijk. De eerste post heeft hij geschreven. De titel is: Ik ben bang. Want dat is wat hij voelt als hij hem wil publiceren. Bang voor het oordeel van mensen die hem niet eens kennen.

De ironie is niet aan hem voorbijgegaan: hij schrijft over de angst die hem weerhoudt te schrijven.

Zijn diepste overtuiging is dat hij er niet mag zijn. Dat zit zo diep dat het waarschijnlijk nooit helemaal weggaat. Hij gelooft dat elk mens zoiets heeft, een diepste zelfafwijzing, zoals hij het noemt. Een overtuiging die zo vroeg is ingesleten dat je hem niet meer ziet. Maar als je hem leert kennen, kun je hem herkennen op het moment dat hij getriggerd wordt. En dan weet je: oh, daar is hij weer. Dat is niet wie ik ben. Dat is wat ik geleerd heb te geloven.

Maar je kunt leren het te herkennen. Je kunt leren te weten: ik ben meer dan dit gevoel. Er is ook mijn ademhaling. De kleding aan mijn lijf. De wind langs mijn gezicht. Ik ben ook dat.

En soms heb je iemand nodig die luistert. Niet om het op te lossen. Gewoon zodat het er mag zijn.

Vragen om jezelf te stellen

Wanneer heb jij voor het laatst gedaan wat je voelde, in plaats van wat je dacht te moeten?

Wat houdt jou tegen om te zeggen hoe je je echt voelt, en hoe lang is dat al zo?

Wie in jouw leven mag weten hoe het écht met je gaat?

Less Ego, More Human is er voor de man die functioneert en zichzelf voorbijloopt. Herken je jezelf in dit verhaal? Deel het met iemand die het ook zou kunnen herkennen.

Wat draag jij met je mee, waar je niet over praat?

Misschien raakt dit iets in jou. Of draag je zelf iets met je mee waar je niet graag over praat.

Dan kan het helpen om het gewoon een keer op te schrijven.

#ditdraagik

Leave A Comment